Waar de school voor staat
Uitgangspunten van ons onderwijs
Onze school wil een leefgemeenschap zijn van jonge mensen en hun begeleiders. Niet alleen het “ leren” staat bij ons centraal, maar het gaat om de totale ontwikkeling van het kind. Voor ons houdt dit in dat in ons onderwijs “ leren” en “ mens worden” naast elkaar staan. Goed onderwijs speelt in onze ogen in op het kind zelf. Daarbij wordt het kind uitgedaagd, gestimuleerd en begeleid om tot zelfstandigheid te komen. We proberen de kinderen te stimuleren om in elkaar de positieve kanten te zien, samen te werken en oplossingen te zoeken, als er problemen zijn. We beseffen dat dit niet anders kan dan met vallen en opstaan. Daarom weet iedereen bij ons op school, dat je dan best fouten mag maken. We proberen uw kind aan te bieden wat hij nodig heeft. We moedigen hem aan zijn uiterste best te doen. Zo, dat hij op zijn eigen plaats in de maatschappij volwaardig kan functioneren. Dit alles doen we vanuit een door ons allen ontwikkelde en gedragen visie op onderwijs waarmee we onze school vorm geven. In dit hoofdhoofdstuk vertellen wij u over de belangrijkste pijlers van ons onderwijs en leggen we uit hoe wij deze hanteren. Het door ons ontwikkelde model heeft ook een naam: Vuurvogel Model Amersfoort; VMA.
Het opvoedkundige uitgangspunt
We hanteren een aantal richtlijnen als basis van onze omgang met de knderen:
We willen uw kind zo optimaal mogelijk begeleiden.
- We stimuleren uw kind leergierig te zijn. Om dat te bereiken proberen we uitdagend en prikkelend te zijn.
- We stimuleren uw kind positief in het leven te staan.
- We stimuleren uw kind zelfstandig en geconcentreerd te werken.
- We stimuleren uw kind zelf of samen met anderen oplossingen te zoeken. Daarvoor bieden we hem strategieën (verschillende manieren om tot een oplossing te komen) aan.
- We stimuleren uw kind zijn gevoelens te uiten.
- We leren uw kind zijn eigen leergedrag te kennen en eventueel te verbeteren.
- We stimuleren uw kind goed met zijn medeleerlingen om te gaan, ook in de vrijere momenten.
- We zorgen dat de leeromgeving van uw kind opgeruimd en hygiënisch is.
Onderwijskundig uitgangspunt
Eerder in dit hoofdstuk schreven wij al dat we onze visie op onderwijs onderbouwd hebben met een aantal belangrijke pijlers waar onze school op is gebouwd. Dit zijn:
Het model ‘Leren leren’: Leerkrachten wachten niet af tot leerlingen zichzelf ontwikkelen, maar zij richten een leeromgeving in die kinderen nieuwsgierig maakt, die hen uitdaagt en stimuleert tot leren. Leerkrachten ondernemen ook actie om kinderen dit leren te leren. De nadruk ligt dan op leren in plaats van op instructie, op doelen in plaats van op (leer)middelen. De begeleiding van leerkrachten is bij deze vorm van onderwijs veel meer dan het overdragen van kennis en vaardigheden.
Werken met portfolio's, waardoor het reflecteren (naar het hoe en waarom van je eigen handelen kijken) van kinderen wordt gestimuleerd: Leerkrachten houden regelmatig gesprekken over de manier van werken van het kind op school. We willen hiermee het zelfverantwoordelijk leren van kinderen stimuleren. In deze gesprekken staat het leren van kinderen centraal: kinderen praten over hóe ze leren, geven aan wát ze hebben geleerd, hoe ze dat hebben aangepakt, hoe ze dat hebben ervaren, wat hun eigen rol is geweest in het leren. Leerkrachten geven feedback op het leren van het kind, geven uitzicht op verdere mogelijkheden en stimuleren de manieren van aanpak die het kind nog niet heeft ervaren. Een mogelijkheid om nog meer vorm te geven aan deze gesprekken is het invoeren van portfolio's. Een portfolio is een map met verschillende werkstukken die het kind heeft gemaakt. Dit kan een mooi gelukte tekening zijn, maar ook een moeilijke som of ingewikkelde taalles. Het kan ook een werkstuk zijn, waarvan het kind vindt dat het beter had gekund. Het kind kiest zelf wat in het portfolio een plaats krijgt en het geeft ook aan waarom. Dit schrijft de leerkracht (t/m groep 3) of het kind zelf (vanaf groep 4) op een label dat aan het werkstuk wordt gehecht. Door met portfolio's te werken willen we kinderen motiveren en betrokken maken. Bovendien leren de kinderen zo te denken en te praten over hun eigen leerproces, een vaardigheid die ze in het vervolgonderwijs en hun beroepsleven steeds nodig zullen hebben. Het zichtbaar maken van succeservaringen op school maakt dat kinderen meer zelfvertrouwen krijgen. Zij ontwikkelen een gevoel van competentie (geloof en plezier hebben in eigen kunnen). Ook kan hierdoor het ‘allemaal hetzelfde leren op dezelfde manier en op dezelfde tijd’ worden doorbroken.
Werken met dag- en week taken, waarbij zowel leerkrachten als kinderen het leerproces sturen en beïnvloeden: Het doelgericht werken leidt ertoe dat het voor de leerkracht duidelijk is wat kinderen moeten leren op school. De kerndoelen en eindtermen zijn en blijven hierbij richtinggevend. De manier waarop de doelen worden gehaald bieden ruimte voor individuele invulling, voor gedifferentieerd werken, voor eigen leertrajecten en een tempo dat past bij het kind. Uitdaging en ondersteuning zijn verschillend voor kinderen, maar zijn bepalend voor het leren en de motivatie ertoe. Er zijn zaken die op school geleerd móeten worden en er zijn zaken die op school geleerd kúnnen worden. Voor kinderen onderling verschilt het moeten en het mogen.De basisstof die afmoet per dag wordt aangegeven; de stiptaak. Daarnaast staat er op de taak een ruim aanbod van lesstof die het kind zelfstandig kan maken of die het naar eigen inzicht kan verdelen over diverse dagen. Duidelijk hierbij is dat het werken met taken voor een dag of een week langzaam per leerjaar wordt opgebouwd en dat het gestructureerd wordt; de leerling werkt dus niet vrijblijvend aan een taak, maar pas na uitleg en instructie van de leerkracht; vrijheid in gebondenheid dus.
Coöperatief Leren, waarin kinderen leren van en met elkaar. Kinderen willen graag samen met andere kinderen overleggen over de leerstof. Kinderen willen zich ook graag veilig voelen in de klas. Dit is een basis voor leren. De basisbehoeften verwoorden wij in de termen:
- autonomie ( ervaren dat je zelfstandig en onafhankelijk iets voor elkaar kunt krijgen),
- relatie (ervaren dat mensen je waarderen om wie je bent en met je willen omgaan
- competentie (geloof en plezier hebben in eigen kunnen)
- affectie (gevoel van veiligheid en geborgenheid)
Deze vier basisbehoeften zijn voor ons belangrijk om in de klas concreet vorm te geven in de omgang met kinderen Kinderen leren in regelmatig wisselende teams en zijn daardoor medeverantwoordelijk voor de sturing van hun eigen leerproces. Ze ervaren dat je samen vaak meer leert dan alleen en leren in interactie(samenspel) met anderen hun sociale vaardigheden te vergroten. De onderwijskundige structuren binnen Coöperatief Leren zijn altijd interactief, en activerend. Kinderen onderzoeken, stellen vragen, reflecteren en krijgen inzicht in leerstrategieën Dit daagt uit tot zelfverantwoordelijk leren, tot actief en betrokken leren. Hiermee geven we concreet vorm aan het leren leren van kinderen.
Het centraal stellen van de persoonlijke ontwikkeling van kinderen.
De persoonlijke ontwikkeling van kinderen vinden wij heel belangrijk. Het leren, de verstandelijke (cognitieve) ontwikkeling is hier een aspect van. We willen kinderen liever met zichzelf vergelijken dan met andere kinderen. We doen dit door een persoonlijk leerlingvolgsysteem op te zetten. Hierin volgen we op diverse gebieden de kinderen. Op basis van deze gegevens maken we een onderwijsplan, waarin brede ontwikkeling kan plaatsvinden. De sociaal-emotionele ontwikkeling is een bijzonder aandachtsgebied voor ons. Zowel in de gesprekken met kinderen als in Coöperatief Leren (klasbouwers en teambouwers) geven we de sociaal-emotionele ontwikkeling speciaal aandacht. We geven aandacht aan veiligheid en bouwen aan sfeer in de klas en op school. Hiermee werken we preventief aan het thema pesten. (Mocht dit ongewenste gedrag zich ondanks alles toch voordoen, dan hanteren wij op school een zogenaamd pestprotocol waarmee we dit gedrag elimineren.) We creëren een sfeer van vertrouwen en vullen dit in door concrete maatregelen als bijvoorbeeld de leerlingenraad, klassenvergaderingen, ideeënbus, etc.
De workshops.
Drie keer per week volgen de leerlingen van groep 3 t/m 8 een workshop ( de kleuters hebben hun workshop met dezelfde principes en werkwijzen een keer per week). In kleine groepen van maximaal 16 leerlingen, groep 3 t/m 8 door elkaar heen, maken ze kennis met veel onderwerpen. Zo volgen ze bijvoorbeeld Spaans, bouwen een boot, leren speksteen bewerken, interviewen mensen uit de wijk, koken, leggen een moestuin aan, leren muziek lezen, hebben fitness, streetdansen enzovoorts. Deze workshops worden gegeven door de leerkrachten, die de workshop geven vanuit hun eigen passie. Zo maken de leerkrachten gebruik van de capaciteiten en talenten van hun collega. Een groot voordeel is dat de kinderen zo in een schooljaar 40 verschillende onderwerpen leren kennen op een hoog niveau en kwaliteit. De creatieve vakken in de klas (tekenen, handarbeid enz.) zijn dus ondergebracht in de workshops. Daarnaast leren de kinderen met en van elkaar en brengen ze zaken die geleerd zijn in de klas, in de praktijk toe. Bij boten bouwen moet je bijvoorbeeld wel meten, schatten ( toegepast rekenen) en kunnen verwoorden wat je aan het doen bent (toegepast taal). Ook het sociale aspect is belangrijk: ze leren samenwerken met elkaar en ontdekken dat gezamenlijke inbreng een mooi eindresultaat oplevert (verschillende bedachte passen samenvoegen tot 1 dans bij streetdance bijvoorbeeld). De workshops zijn gebouwd op vier pijlers: creatief, sociaal-emotioneel, cognitief en maatschappelijk.Een workshop heeft betrekking op een pijler uit de vierdeling. Een evenwichtige verdeling hiervan houden we goed in de gaten! Daarnaast is er door het ruime aanbod op de verschillende terreinen volop kans voor het kind zijn talent of passie te ontdekken! Dat geeft extra plezier en zelfvertrouwen! Actief én betrokken: dat zijn de sleutelwoorden voor ons onderwijs!
Dramatische vorming
Ook dit onderdeel is een belangrijke pijler van onderwijs. We besteden hier wekelijks aandacht aan omdat dramatische vorming helpt de persoonlijkheid van het kind optimaal te ontwikkelen. Drama heet in de wet op het Basisonderwijs ‘spel en bevordering van het taalgebruik’. Bij drama gaat het om een specifieke vorm van spel: dramatisch spel oftewel ‘doen alsof spel’. Dat sluit aan bij het ‘doen alsof spel’ dat kinderen spelen. Het vak drama heeft ook raakvlakken met de kunstvormen toneel en theater. Bij het onderwijs in drama gaat het er vooral om dat kinderen de expressieve mogelijkheden van stem, taal, houding, beweging en mimiek leren kennen en toepassen. In spel verbeelden ze gevoelens, ideeën, gebeurtenissen en personages. Ze maken kennis met de expressieve uitingsmogelijkheden van anderen en leren op spel van henzelf en van anderen te reflecteren.

